CBS-rapport: ‘1 op de 5 bedrijven zet 3D printen in’

CBS-rapport: ‘1 op de 5 bedrijven zet 3D printen in’

3D printen en robotica vinden hun weg in het Nederlandse bedrijfsleven, maar in welke aantallen en wanneer wordt het ingezet? Een rapport van het CBS:

Het CBS publiceerde onlangs het CBS-rapport ICT, kennis en economie 2019
 met daarin ook aandacht voor 3D printen.

In hoog tempo transformeert digitale technologie onze economie, maatschappij en ons dagelijks leven. Nieuwe digitale toepassingen zoals cloud-computing, 3D-printing en robotica vinden hun weg in het Nederlandse bedrijfsleven. Het zijn vormen van relatief nieuwe ICT-toepassingen die onderdeel zijn gaan uitmaken van het ICT-landschap van bedrijven. Zo staat in het rapport.

Zo is te lezen dat 3D printen bij 5% van bedrijven gebruikt wordt. 
Hieruit blijkt dat vooral researchinstellingen 3D printen gebruiken. Bijna één op de vijf bedrijven zette in 2017 3D printers in. Ook bij bedrijven in de industrie werd relatief veel aan 3D printen gedaan (11% van de bedrijven). Bij grote bedrijven (+ 500 werkzame personen) maakte 1 op de 10 bedrijven gebruik van een 3D printer, terwijl dit 3% bedroeg bij bedrijven met 10 tot 20 werkzame personen.

Het deel van de bedrijven dat gebruikmaakte van 3D printen, deed dat om prototypes of modellen te maken. Het maken van modellen voor intern gebruik met behulp van een 3D printer, komt vooral voor bij researchinstellingen. Voor 17% van alle researchinstellingen was dit de reden om gebruik te maken van een 3D printer.

Meer cijfers over het gebruik van 3D printen bij bedrijven, onder andere over het eigendom van de 3D printers, zijn opgenomen in een tabel.

Een paar conclusies uit het rapport:

  • 11% van de industriële bedrijven gebruikt 3D printen
  • het merendeel gebruikt de technologie voor het maken van prototypes.
  • 4% van alle bedrijven in de industrie (+ 10 werknemers) zet 3D printen in voor producten die men verkoopt
  • 4% zet print producten in voor intern gebruik
  • 17% van de onderzoeksinstellingen print modellen voor intern gebruik
  • 2% van organisaties in de gezondheidszorg zet 3D printen in voor intern gebruik
  • 3% van de bedrijven met 10 tot 20 medewerkers past 3D printen toe


3D printen: van fun naar noodzaak

Al komen deze cijfers uit 2017, de waarheid ligt hier nog steeds vermoedelijk dichtbij. De hype ‘om iets met 3D printen te willen doen – nice to have’, is inmiddels verplaatst naar een ‘need to have’. Additive Manufacturing en 3D printen zijn steeds vaker serieuze opties in de maakindustrie. Het zijn vooral de criteria die het 3D printen veranderen en waarmee we in de volgende fase zijn beland. Was de eerdere wens ‘een model lijkend op het eindproduct’. We zitten nu in een stadium waarin kwaliteit, doorlooptijd en materiaalmogelijkheden een grotere rol spelen. Het model wordt daarbij vooral functioneel gebruikt en de ‘funfactor’ zwakt af.

Van 3D printen naar Additive Manufacturing

Met deze verschuiving komt de term Additive Manufacturing in beeld. De 3D printtechniek is meer volwassen geworden en goed geschikt voor een productieproces met functionele toepassingen. Dat wordt nu ook door steeds meer gebruikers ingezien. 3D printen is geen doel meer op zich, maar een middel om het proces goed in te richten.

De spectaculaire verhalen rond 3D printen staan in contrast met de alledaagse werkelijkheid. In 2017, maar ook nu bijna 2020, gaat het om prototyping, serieproductie en bijvoorbeeld de productie van spare parts. Dat geldt voor grote organisaties, maar juist ook voor kleine bedrijven die hierdoor kosten kunnen besparen op productontwikkeling.

In de gezondheidszorg worden operaties efficiënter uitgevoerd dankzij de inzet van 3D printen. Ook 3D geprinte orthopedische hulpmiddelen worden veelvuldig ingezet. Het resultaat? Tevreden patiënten, beter zorgaanbod en kostenbesparingen. En zo zijn er nog talloze voordelen én mogelijkheden te noemen waarom 3D printen van toegevoegde waarde is.

Nieuwsgierig naar de mogelijkheden? Neem contact op met Oceanz!